Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN
 

Zoeken van A tot Z

Meldpunt
0800 13 550

Startpagina Consumenten > Wat doet het FAVV voor de consumenten ? > Controles door het FAVV in het slachthuis

CONSUMENTEN
Meldpunt Productterugroepingen Waarschuwingen (voor allergenen) Persberichten Onze voeding Dagelijks leven Wat doet het FAVV voor de consumenten ? Incidenten voedselveiligheid Publicaties Video's Over het FAVV Praktisch   - Werkaanbiedingen
  - Nuttige links
COMITES
Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité
PROFESSIONELEN
Controles door het FAVV in het slachthuis Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 07.02.2014


Het vlees legt een lange weg af voor het op het bord van de consument belandt. Een belangrijke stap is de onvermijdelijke doortocht langs een slachthuis.
Om te weten te komen hoe het Agentschap waakt over onze voedselveiligheid vanaf de aankomst van het vee in het slachthuis tot het vertrek van het karkas naar de verwerkingsbedrijven, bezochten we 2 slachthuizen (een slachthuis voor varkens en een slachthuis voor runderen) onder leiding van Xavier en Vincent, twee inspecteurs-dierenartsen van het FAVV die verantwoordelijk zijn voor de controle van slachthuizen.
De wijze waarop het FAVV de controles uitvoert is identiek in alle slachthuizen in België, ongeacht het dier dat geslacht wordt: alle dieren moeten een keuring ondergaan, d.w.z. een grondig onderzoek zowel vóór als na de slachting. Het doel van de keuring is de voedselveiligheid verzekeren door vlees dat anomalieën vertoont, besmet is met ziekteverwekkers of residuen bevat van diergeneesmiddelen of contaminanten uit te sluiten van menselijke consumptie.
Daarom controleert het Agentschap systematisch alle slachthuizen. Enerzijds doet het dat via zijn eigen inspecteurs-dierenartsen en anderzijds doet het een beroep op zelfstandige dierenartsen, de DMO’s (dierenartsen met opdracht).
Al bij aankomst komen we tot de kern van de zaak. We kunnen onmogelijk beginnen zonder de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen. Iedere bezoeker moet witte beschermkledij aantrekken (laarzen, kapje, schort) en handen en schoenen ontsmetten (in een voetbad). Deze kleine reinigings- en ontsmettingsinstallaties zijn bovendien aanwezig op meerdere plaatsen in de slachtketen.


Controle door dierenartsen met opdracht (DMO’s)

DMO’s zijn zelfstandige dierenartsen die door het Agentschap betaald worden op basis van de gepresteerde uren. Xavier en Vincent leggen ons uit dat de DMO’s de keuringen uitvoeren. Bij iedere slachting zijn meerdere DMO’s permanent aanwezig in het slachthuis waar ze controles uitvoeren op het levend dier (antemortemkeuring) en op de karkassen (postmortemkeuring). De verschillende DMO’s werken onder de controle van een “administratief verantwoordelijke DMO”, die het geheel van keuringen coördineert, de kwaliteit ervan evalueert en indien nodig corrigerende maatregelen treft. Deze DMO is de tussenpersoon tussen de inspecteur-dierenarts van het FAVV, de exploitant van het slachthuis en de andere betrokken operatoren in het slachthuis (transporteurs, ...). Hij licht onze inspecteurs-dierenartsen dus in over eventuele problemen in de slachtketen.
Tijdens ons bezoek zijn 5 DMO’s op post in het slachthuis voor varkens (waar 11.000 varkens geslacht worden per week) en 4 DMO’s in het slachthuis voor runderen (880 runderen en paarden geslacht per week).


Antemortemkeuringen

Bij aankomst van de dieren voert een DMO de keuring uit voor de slachting, dus ante mortem.
Die bestaat onder andere uit de controle op de naleving van de wettelijke verplichtingen voor dierenwelzijn. Zo moeten de dieren die in het slachthuis aankomen, beschikken over een dak en een minimale ruimte, kunnen drinken en zonder geweld behandeld worden.
De DMO controleert ook verschillende documenten en voert de nodige gegevens in om het geïnformatiseerd beheersysteem (Sanitel), dat de dieren van geboorte tot slachting opvolgt, up-to-date te houden. Dit is zeer belangrijk voor de traceerbaarheid van de dieren (zie kader).
De DMO onderzoekt ook of het dier niet ziek is. En als het dier beantwoordt aan alle voorwaarden geeft hij toelating tot slachting.
Tenslotte controleert de DMO ook of de taken van de verantwoordelijke van het slachthuis wel zijn uitgevoerd (controle van de identificatie van dieren, of de vacht proper is, reiniging en ontsmetting van transportvoertuigen).


Postmortemkeuringen

In de slachtketen voeren de DMO’s de postmortemkeuringen op karkassen uit. Die bestaan onder andere uit ziektes opsporen, monsters nemen om analyses uit te voeren in geval van twijfel, gedeeltelijke of gehele inbeslagnames, d.w.z. een deel of het geheel van het karkas uitsluiten voor menselijke voeding als de DMO een organoleptische anomalie of een gevaar voor de voedselveiligheid vaststelt. Vincent toont ons de tabel met verschillende inbeslagnames. Inbeslagnames, vooral gedeeltelijke, worden uitgevoerd op meer dan 15 % van de karkassen.
De DMO’s voeren ook talrijke monsternemingen uit, in het kader van het bemonsteringsplan van het Agentschap, om de aanwezigheid van contaminanten of residuen te onderzoeken en de bacteriologische kwaliteit van karkassen en slachtafval te controleren.
De DMO’s controleren eveneens het sorteren van dierlijke bijproducten, delen van het dier die niet bestemd zijn voor menselijke consumptie. Vincent legt uit dat er 3 categorieën dierlijke bijproducten zijn. In functie van de categorie waartoe ze behoren, worden de bijproducten in containers met verschillende kleuren geplaatst om verwarring te vermijden bij de afvoer.
Categorie 1 (gele containers) groepeert de bijproducten die vernietigd moeten worden (voorbeeld: darmen van runderen).
Categorie 2 groepeert de bijproducten die niet bestemd zijn voor dierlijke consumptie, maar die bijvoorbeeld kunnen worden omgezet in compost of gebruikt voor de fabricage van organische meststoffen (voorbeeld: mest, inhoud van het spijsverteringskanaal).
Categorie 3 (groene containers) groepeert de bijproducten die bijvoor beeld kunnen dienen voor de fabricage van voeding voor gezelschapsdieren (Pet food) (voorbeeld: bloed, vet).
Tenslotte wordt gecontroleerd of de keurmerken (gegevens van het slachthuis) en de etiketten voor de traceerbaarheid correct werden aangebracht. Het keurmerk waarborgt dat het karkas wel degelijk werd gekeurd en dat het geschikt is voor menselijke consumptie. Het etiket voor de traceerbaarheid bevat gegevens van het dier (Sanitelnummer, land van geboorte en vetmesting, slachtdatum , identificatie van het slachthuis...). Dit etiket is primordiaal voor de traceerbaarheid, omdat een deel van deze gegevens het vlees tot bij de consument zal volgen.


Controle van slachthuizen door de inspecteurs-dierenartsen van het FAVV

Naast de keuringen door de DMO’s voeren ook de eigen inspecteurs-dierenartsen van het FAVV controles uit in de slachthuizen. Dit gebeurt in het kader van het controleplan, dat ieder jaar door het Agentschap wordt opgesteld.
Om hun controles in de slachthuizen voor varkens en runderen uit te voeren, gebruiken onze 2 inspecteurs 7 verschillende checklists (CL). Een checklist is een lijst met een volledige inventaris van te controleren punten om zeker te zijn dat alle stadia van slachting (van de aankomst van het dier tot de koeling van het karkas) in optimale omstandigheden gebeuren. Elk van deze 7 CL heeft betrekking op een specifieke controle. Zo is er een CL voor de infrastructuur en uitrusting van het slachthuis, een andere voor het correcte verloop van de monsterneming, nog een andere om na te gaan of het afval correct wordt gesorteerd, opgeslagen, verwijderd, enz...
Normaal moeten Xavier en Vincent de 7 CL één keer per trimester invullen. Maar als het slachthuis een gevalideerd autocontrolesysteem (ACS) heeft (d.w.z. als het succesvol werd geauditeerd door een onafhankelijke instelling), wordt de inspectiefrequentie verminderd. Voor de bezochte slachthuizen, die een gevalideerd ACS hebben, moet de controle van de 7 CL slechts één keer per semester worden uitgevoerd.
Onze inspecteurs hebben bepaalde CL reeds gecontroleerd bij een vorige controle. Vandaag gaat de inspectie van Xavier over de CL infrastructuur, uitrusting en hygiene, microbiologische criteria en autocontrole.
De inspectie van Vincent gebeurt aan de hand van de CL microbiologische criteria, beheer van dierlijke bijproducten, etikettering, traceerbaarheid en autocontrole.
Om de algemene netheid van de infrastructuur te kunnen controleren voordat de dieren worden uitgeladen en de slachtingen starten, is Xavier rond 5u ‘s ochtends begonnen met zijn inspectie.
Bij aankomst beginnen we de inspectie met de “reine zone”, d.w.z. de zone vanaf waar het karkas zogezegd rein is (in de slachthuizen voor varkens begint deze zone na de fase van ontharing en flamberen, en in de slachthuizen voor runderen na het verwijderen van de huid). Het gaat er immers om de risico’s op vuil vanaf de “vuile zone”, die onvermijdelijk bevuild is met uitwerpselen, bloed, haar,...te beperken vanaf het begin.
Xavier let aandachtig op alle details: netheid van de vloer, van de verschillende haken en messen, van de werkmatten, controle van de temperatuur voor de sterilisatie van de messen, controle van de temperatuur in de koelruimten. Hij merkt enkele anomalieën op: een barst in een koelruimte die de vermenigvuldiging van bacteriën zou kunnen bevorderen, een slecht gereinigd mes, de machine voor de reiniging van haken in de slachtzaal vergeten aan te zetten, een slechte werking van de tang om de koppen te verwijderen,...
Vincent merkt een risico op besmetting op via mogelijk contact tussen het slachtafval (rein) en het oor van de kop (vuil). Hij vraagt dus aan de verantwoordelijke van het slachthuis om systematisch een plastic zak rond de oren te plaatsen. De verantwoordelijke is zeer ontvankelijk voor dit probleem en doet dit onmiddellijk. Een eenvoudig maar efficiënt systeem!
Vincent wijst ons op de messen in de gehele keten die zeer regelmatig gereinigd worden door ze te bespuiten van water boven 85°C, op de aanwezigheid, nabij de slachtzone, van een toestel om insecten, die potentiële ziektevectoren zijn, aan te trekken en uit te schakelen en op kleine eenvoudige tips om de risico’s op besmetting van het vlees maximaal te beperken.
Om te vermijden dat de maaginhoud het vlees besmet, wordt de slokdarm afgebonden door middel van een soort ring, aangebracht door een pneumatisch systeem; na verwijdering van de ingewanden wordt het spijsverteringstelsel op de band gelegd. Om te vermijden dat zenuwweefsel zich naar de buitenkant van de kop van runderen begeeft met gevaar voor besmetting, worden de voorhoofds- en achterhoofdsopeningen opgevuld met een dop.
Buiten het gebouw toont Vincent ons de vallen, die over de ganse lengte van de muren zijn geplaatst, zodat ratten en andere schadelijke knaagdieren het slachthuis niet binnen geraken.
Zodra de fysieke controles zijn beëindigd, voeren onze inspecteurs nog enkele documentcontroles uit over de traceerbaarheid van dieren, het beheer en de verwijdering van afval, de opvolging van microbiologische analyses, ...
Na al deze controles vullen Xavier en Vincent de CL in op basis van de vaststellingen die ze tijdens de inspectie hebben gedaan. Ze bespreken met de verantwoordelijke van het slachthuis de eventuele zaken die niet in orde zijn (niet-conformiteiten of NC) en de te treffen maatregelen en de vereiste termijn om deze NC in overeenstemming te brengen. Tijdens de volgende bezoeken zullen ze nagaan of de vastgestelde NC’s wel verbeterd zijn binnen de toegestane termijn.
Zelfs indien er verbeteringspunten blijven (met name voor de verouderen de infrastructuur van het slachthuis voor varkens), werken de slachthuizen correct en de karkassen die het slachthuis verlaten kunnen in alle veiligheid naar de verwerkingssector worden vervoerd. Het runderslachthuis is praktisch nieuw en boezemt vertrouwen in.


Een strenge en betrouwbare controle...

Het werk van DMO’s en onze inspecteur-dierenartsen is veeleisend! Ze mogen niet afgeleid worden. De voedselveiligheid staat op het spel. De inspecteurs moeten “oog hebben” voor de kleinste details! En wees er maar zeker van: dat hebben ze !


Traceerbaarheid
Traceerbaarheid is de mogelijkheid om een product door alle stadia van de productie, verwerking en distributie te volgen.
Voor vlees betekent dit dat men het kan volgen vanaf de geboorte van het dier tot de aankomst in de winkel als levensmiddel.



Bron : Nieuwsbrief Nr.56, pagina's 3 tot 7.


Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.   |   Extranet