Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN
 

Zoeken van A tot Z

Meldpunt
0800 13 550

Startpagina Consumenten > Onze voeding > Pijnboompitten

CONSUMENTEN
Meldpunt Productterugroepingen Waarschuwingen (voor allergenen) Persberichten Onze voeding Dagelijks leven Wat doet het FAVV voor de consumenten ? Incidenten voedselveiligheid Publicaties Video's Over het FAVV Praktisch   - Werkaanbiedingen
  - Nuttige links
COMITES
Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité
PROFESSIONELEN
Pijnboompitten Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 11.02.2014


Pijnboompitten zijn ingeburgerd in onze keuken. In pesto, geroosterd in slaatjes, … ze smaken overheerlijk. Pijnboompitten zijn de eetbare zaden van dennenbomen van het geslacht Pinus. Ze worden o.a. gekweekt in mediterrane landen, het Midden-Oosten (vnl. Pakistan), Azië (vnl. China) en Noord-Amerika. Hier bij ons zijn de meest geconsumeerde soorten Pinus pinea, Pinus gerardiana en Pinus koreaiensis.


Pine nut syndrome

Pijnboompitten eten kan echter onaangename gevolgen hebben. Ze kunnen een bittere, metallische nasmaak geven die soms pas optreedt enkele dagen na consumptie en die zelfs tot 2 weken kan aanhouden. De symptomen verdwijnen vanzelf en lijken geen blijvende schade te veroorzaken. Dit “pine nut syndrome” werd ongeveer 10 jaar geleden al gerapporteerd.  Onderzoek kon de oorzaak echter niet onthullen: de testen detecteerden geen contaminanten of residu’s die zouden kunnen gerelateerd worden met de vreemde nasmaak.

Sinds 2009 rapporteren de Europese lidstaten een toenemend aantal klachten over een bittere nasmaak. De oorzaak kwam in de loop van 2010 uiteindelijk aan het licht.  Ze leidt ons naar China. 2009 was een slecht oogstjaar voor pijnboompitten in China. Een lager aanbod en een grote vraag op de internationale markt, joegen de prijzen de hoogte in. Gewiekste handelaars mengden uit winstbejag niet-eetbare soorten bij de partijen bestemd voor export. Het betreft voornamelijk de Pinus armandii die normaliter in het Westen niet wordt geconsumeerd. Deze soort komt ook niet voor op de lijst van eetbare soorten van de Food and Agricultural Organization (FAO) van de Verenigde Naties.

De Pinus armandii is afkomstig van de Hua Shan Pine die wordt gekweekt in het noordwesten van China. De Europese Commissie heeft afspraken gemaakt met de Chinese autoriteiten en de Chinese Kamer van Koophandel. Er zou in China nu een streng toezicht gebeuren op de pijnboompitten die naar Europa geëxporteerd worden.


Aanpak van het FAVV

H
et Voedselagentschap heeft de Belgische handelaars in pijnboompitten op de hoogte gebracht van de problematiek en hen gevraagd alert te zijn voor de aanwezigheid van niet-eetbare soorten.

Op het meldpunt van het Agentschap zijn de afgelopen maanden ook veel klachten binnen gekomen. Elke klacht werd onderzocht. Hierbij wordt een monster genomen in de handelszaak waar de consument de pijnboompitten gekocht heeft, het betrokken lot wordt getraceerd tot hogerop in de keten en het wordt voorlopig in beslag genomen tot wanneer het analyseresultaat gekend is. Indien Pinus armandii aanwezig is, wordt het lot dan definitief  in beslag genomen.

Sinds oktober 2010 is het aantal klachten fors afgenomen. Gezien de lange houdbaarheidsdatum van de pijnboompitten is het niet onwaarschijnlijk dat er nog gevallen van een bittere nasmaak voorkomen.

Mocht u zelf een bittere nasmaak ervaren na consumptie van pijnboompitten, aarzel niet het meldpunt van het Agentschap te contacteren.

Het Agentschap voorziet naast de monsternemingen in het kader van klachten, ook steekproefsgewijze controles in de handel.


Pijnboompitten in het labo ?

Op het ogenblik dat het Agentschap geconfronteerd werd met de problematiek rond pijnboompitten was er binnen de laboratoria nog geen ervaring en kennis aanwezig om deze te kunnen identificeren.

Gezien vooral de korte tijdspanne waarin de methode operationeel moest zijn, werd in eerste instantie gedacht aan visuele identificatie van de pijnboompitten. Op basis van een referentiemonster van Pinus armandii dat bekomen werd via het Antigifcentrum en de beschikbare literatuur kon al snel begonnen worden met een eerste studie van enkele klachtenmonsters. Dank zij nauwe samenwerking met een operator werden nog bijkomende referentiemonsters bekomen van de meest geïmporteerde pijnboompitsoorten (P. pinea, P. sibirica, P. koraiensis en P. gerardiana).

Dit liet toe om een voldoende nauwkeurige identificatiemethode op punt te stellen aan de hand van visuele kenmerken. De kenmerken die het meest bijdragen tot de identificatie zijn naast het visuele onderscheid, het aantal pijnboompitten per 100g en daarmee samenhangend de doorval bij een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Indien doorval geconstateerd wordt en ook indien het aantal pijnboompitten groter dan 1200 per 100 g is, wijst dit op de aanwezigheid van P. armandii.

Naast de visuele identificatie wordt ook gewerkt aan meer analytische methoden die toelaten de pijnboompitten te identificeren. Zo werd in eerst instantie contact opgenomen met de Nationale Plantentuin om te onderzoeken of op basis van genetische verschillen P. armandii kan onderscheiden worden van de andere Pinus-soorten.

Intussen slaagde het Agentschap om een analysemethode op basis van vetzuurprofilering op punt te stellen en werd meegewerkt aan een onderzoek naar identificatie van pijnboompitten met behulp van NMR (nucleaire magnetische resonantie).



Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden.   |   Extranet