Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
 
Startpagina > Beroepssectoren > Plantaardige productie > Meststoffen, bodemverbeterende middelen en teeltsubstraten > Nit...
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Nitraten


Waar komen nitraten vandaan ?

 

Nitraat is voor planten het belangrijkste voedsel dat ze opnemen uit de bodem om te groeien. De plant zet het nitraat om in eiwitten. Mensen en dieren moeten dan weer eiwitten eten om te groeien. En de mest van de dieren wordt door de bodembacteriën omgezet in nitraat, zodat de cirkel rond is. Zo hebben planten en dieren elkaar nodig.
Alle planten bevatten dus nitraat, maar niet allemaal evenveel. De gehalten nitraat die in de planten voorkomen, hangen af van een aantal factoren, zoals plantensoort, aard en mate van bemesting, klimatologische omstandigheden, bodemgesteldheid, en zelfs uur van de dag waarop geoogst wordt. Zodra op een perceel intensief geteeld wordt, volstaat het natuurlijke stikstofaanbod niet meer en is aanvulling nodig via organische bemesting (bv. uitwerpselen van dieren) of scheikundige meststoffen. Bij matig gebruik is er geen probleem en zal al het nitraat dat de plant opneemt, worden omgezet in eiwitten. Bij overvloedige bemesting echter kunnen bepaalde planten onmogelijk al het opgenomen nitraat omzetten, met als gevolg dat de plant te veel nitraat zal bevatten.

Door bodemanalyses worden op tuinbouw- en akkerbouwbedrijven de stikstof- en nitraatreserves regelmatig gemeten. Deze gegevens zijn essentieel om de stikstofbemesting te optimaliseren en het nitraatgehalte in groenten zo laag mogelijk te houden.
Twee belangrijke factoren zijn licht en temperatuur. De plant kan haar voedingsstoffen omzetten in eiwitten door de energie uit licht. Minder licht betekent minder omzetting van nitraat in eiwitten. Te weinig licht - een typisch klimaat in de winterse serreteelt - bevordert de opstapeling van nitraat vooral in bladgroenten. Wintergroenten bevatten dan ook meer nitraat dan zomergroenten. Het nitraatgehalte is ook afhankelijk van de soort (bv. spinazie bevat meer nitraat dan erwten), van de variëteit (bv. kropsla bevat meer nitraat dan ijsbergsla) en van de plaats van telen. Groenten zijn over het algemeen nitraatrijker dan fruit, hoewel er ook heel wat nitraatarme groenten zijn.

Op basis van metingen werden de volgende gewassen ingedeeld bij de voedingsmiddelen met een hoog nitraatgehalte (meer dan 1000 mg/kg) :
andijvie, selder, sla (behalve ijsbergsla), veldsla, spinazie, radijsjes, peterseliebladeren en rode biet.

Paprika's, tomaten, champignons, erwten, appelen, peren, sinaasappelen, perziken en druiven zijn dan weer arm aan nitraten.

Wie veel sla eet, kiest dan in de zomer best voor vollegrondsla (let op het etiket) en in de winter voor ijsbergsla, om veel minder nitraat in te nemen. In Europa zijn er maximumgrenzen wettelijk vastgelegd voor nitraten in sla en spinazie. In België worden veldsla, andijvie en selder nog bijkomend gecontroleerd vóór de oogst, in de handel en in babyvoeding. Voor baby's jonger dan 1 jaar maakte Kind en Gezin een brochure met voedingsadviezen waarin rekening wordt gehouden met de nitraatproblematiek.

Nitraat kan ook voorkomen in leidingwater als gevolg van een besmetting van de watervoorraden. Het overtollige nitraat dat in de bodem achterblijft, spoelt snel uit naar het oppervlaktewater dat zich geleidelijk een weg baant naar diepere grondwaterlagen vanwaar het wordt opgepompt voor drinkwatervoorziening. De verontreiniging van het grondwater met nitraat wordt pas na vele jaren duidelijk. In het oppervlaktewater dat na zuivering eveneens kan dienen voor drinkwaterbereiding, is het teveel aan nitraat vooral afkomstig van het gebruik van dierlijke en synthetische stikstofhoudende meststoffen alsook van het huishoudelijk afvalwater. De waterwinningsmaatschappijen zien er streng op toe dat de aanvaarde drempelwaarden niet overschreden worden.


Naar boven


Kunnen nitraten gevaarlijk zijn voor de gezondheid ?

 

Voor de mens is nitraat op zich niet gevaarlijk. Het wordt voor een groot deel via de nieren in de urine uitgescheiden. Wanneer men de groenten niet vers opeet, kan een gedeelte van het nitraat door bacteriën zijn omgezet in nitriet dat wel gevaarlijk is. Nitraten zijn geen probleem voor wie gevarieerd groenten eet (dus afwisselen tussen de groepen zoals in 24 aangegeven).

Zoals altijd ligt de tolerantiegrens anders bij gezonde mensen dan bij anderen die aandoeningen hebben zoals maagproblemen. De rechtstreekse inname van nitriet uit voeding is laag. Normaal bevatten groenten en fruit geen nitriet maar door rotting kan het nitraat in nitriet worden omgezet. In tegenstelling tot nitraat wordt nitriet nauwelijks uitgescheiden. Bij een volwassene wordt nitriet slechts gevaarlijk als het zich in de maag verbindt met aminozuren en zo nitrosamines vormt, waarvan proeven hebben aangetoond dat ze kankerverwekkend zijn. In sommige vleesbereidingen wordt nitriet toegevoegd ter voorkoming van bacteriën en om het gevaar voor botulisme (een vergiftiging door het eten van geïnfecteerde spijzen) te bezweren. De reglementering is voldoende streng om risico's voor de volksgezondheid uit te sluiten.

Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 07.03.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet