Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Professionelen > Dierlijke productie > Dieren > Dierengezondheid > Virale encefalitiden bij paardachtigen
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 


Virale encefalitiden bij paardachtigen (Japanse equine encefalitis, Venezolaanse equine encefalitis, Oosterse equine encefalitis en Westerse equine encefalitis)

 


Omschrijving van de ziekte
Preventie- en bestrijdingsmaatregelen
Wetgeving
Situatie in België en in het buitenland


Naar boven



Omschrijving van de ziekte

Oorsprong

Deze 4 ziekten worden veroorzaakt door virussen: Venezolaanse equine encefalitis (VEE), de Oosterse encefalitis (EEE) en de Westerse encefalitis (WEE) worden veroorzaakt door Alfavirussen, de Japanse equine encefalitis (JEE) wordt veroorzaakt door een Flavivirus.

Er worden twee soorten VEE-virussen onderscheiden: epizootische stammen en enzootische stammen die zich onderscheiden door de ernst van de symptomen die zij veroorzaken. De epizootische stammen zijn ontstaan door de mutatie van endemische stammen, een mutatie die ze meer geschikt maken om paarden te besmetten en om zich daar te vermenigvuldigen.

   
 

Klinische symptomen

Bij paardachtigen

  • VEE :
    De enzootische stammen veroorzaken beperkte ziekteverschijnselen en een lagere, zelfs onbestaande viremie. De epizootische stammen worden in verband gebracht met een hoge frequentie van encefalitiden die vaak dodelijk zijn, tot 80% van de dieren, en met een hoge viremie.
    De incubatieperiode bedraagt 1 tot 5 dagen. De eerste klinische tekenen zijn koorts, anorexia, slaperigheid en depressie. Nadien kunnen zich na enkele dagen symptomen van encefalitis ontwikkelen : zwakte en ataxie, spierspasmen, incoördinatie, duwbeweging met het hoofd, in rondjes draaien en stuiptrekkingen. Sommige paarden kunnen diarree en kolieken hebben.
    De dood kan enkele uren na het verschijnen van de neurologische symptomen intreden. Er werden ook gevallen van plotse dood gerapporteerd.
    Paarden die overleven kunnen lijden aan permanente neurologische aandoeningen.
  • EEE-WEE :
    De incubatieperiode bedraagt 5 tot 14 dagen. Het merendeel van de besmette paarden ontwikkelen een acute en dodelijke aanval, 2/3 van de overlevende dieren vertonen neurologische aandoeningen. De ziekte is over het algemeen minder ernstig in geval van WEE.
    De eerste klinische tekenen zijn koorts, anorexia en slaperigheid. Daarna kunnen symptomen van encefalitis verschijnen : aangetaste mentale toestand, hypergevoelig voor stimulansen, onbewuste spierreflexen, duwbeweging met het hoofd, in rondjes draaien, slikmoeilijkheden, ataxie, parese, paralyse en stuiptrekkingen. Opwinding of intense jeuk kan eveneens vastgesteld worden.
    Sommige dieren kunnen diarree, constipatie of een belangrijk gewichtsverlies vertonen.
  • JEE :
    Bij paarden is de infectie over het algemeen asymptomatisch, sommige dieren kunnen echter neurologische symptomen ontwikkelen en dan is het sterftecijfer hoog.
    De incubatieperiode bedraagt 8 tot 10 dagen. Sommige paarden hebben koorts, anorexia, congestieve en geelachtige slijmvliezen en vertonen slaperigheid gedurende 2 tot 3 dagen en genezen daarna. Andere dieren kunnen naast deze symptomen een encefalitis ontwikkelen. Er zijn twee vormen van encefalitis, een gematigde vorm en een meer ernstige vorm (ongeveer 5 % van de paarden).
    Bij de gematigde vorm vertonen de dieren moeilijkheden bij het slikken, incoördinatie, stijfheid in de nek (van voorbijgaande aard), paralyse, verminderd zicht, maar ze genezen binnen de week.
    Bij de ernstige vorm stelt men hoge koorts, onstuimig gedrag, soms blindheid, algemene transpiratie en trillende spieren vast. Deze vorm leidt vaak tot de dood binnen 1 tot 2 dagen. Naweeën als ataxie kunnen blijvend zijn.
   
 

Bij de mens

Infecties door VEE, EEE en WEE zijn vaak asymptomatisch. De eerste symptomen zijn over het algemeen atypisch, doen denken aan een grieperige toestand met vaak heftige hoofdpijn (VEE), koorts, misselijkheid, braken en spierpijn. Zenuwsymptomen gelinkt aan encefalitiden ontwikkelen zich slechts bij een beperkt deel van de zieken.

Infectie door VEE wordt vaak verward met dengue. Wanneer de zieke enkel atypische symptomen vertoont, is hij na 1 week genezen. Minder dan 0.5 % van de volwassenen en 4 % van de kinderen ontwikkelen zenuwsymptomen (slaperigheid, verwardheid, ataxie, paralyse, stuipen, soms coma). Het meest ernstige verloop komt vaker voor bij kinderen. Het sterftecijfer bedraagt 10 % bij volwassenen, maar kan 35 % bedragen bij kinderen.

Ongeveer 4 % van de zieken die door EEE geïnfecteerd zijn ontwikkelen neurologische symptomen met ernstige hoofdpijn, verwardheid, braken, slaperigheid en daarna nekstijfheid en stuipen. 30 tot 70 % van de zieken met encefalitis sterven. Het sterftecijfer is hoger bij ouderen. De personen die de ziekte overleven lijden over het algemeen aan ernstige neurologische aandoeningen die na enkele jaren de dood als gevolg hebben. Kinderen zijn vatbaarder om blijvende neurologische aandoeningen te krijgen.

Infectie door het WEE-virus is over het algemeen asymptomatisch. De ernst van de symptomen en het sterftecijfer variëren volgens de virusstam, de dosis en de wijze van besmetting, maar over het algemeen is de ziekte minder ernstig dan EEE. Slechts 0.1 % van de besmette volwassenen ontwikkelen encefalitis (2% van de kinderen). Over het algemeen vertonen kinderen jonger dan 1 jaar ernstige zenuwsymtomen. Het sterftecijfer bedraagt ongeveer 4%. Kinderen lijden vaak gedurende maanden aan de naweeën en soms is dit zelfs permanent.

Het JE-virus veroorzaakt symptomen bij minder dan 1 % van de besmette personen. Bij de mens is het aantal gevallen in endemische gebieden echter talrijk. De eerste symptomen zijn koorts, hoofdpijn, rillingen, misselijkheid en braken. Als het centraal zenuwstelsel niet aangetast is, is men binnen enkele dagen genezen. In de andere gevallen treden neurologische symptomen op : verwardheid, agitatie, paralyse, stuipen, coma en de dood. Het sterftecijfer bedraagt ongeveer 10 %, maar kan 30 % bedragen bij kinderen.  30 % van de zieken lijden aan de naweeën.

   
 

Differentiële diagnose bij paardachtigen

Paarden afkomstig uit gebieden waar het virus aanwezig is, moeten verdacht worden van equine virale encephalitiden.

  • Rabiës (hondsdolheid)
  • Rhinopneumonie, zenuwvorm (Equine Herpes virus-1)
  • West-Nijlkoorts (West-Nijlvirus)
  • Vermineuse encefalitis
  • Protozoaire meningo-encephalitis (Sarcocystis neurona, Neospora caninum)
  • Botulisme
  • Hepatische encefalopathie
  • Ziekte van Borna (virus van de ziekte van Borna)
   
 

Overdracht

Deze virussen worden voornamelijk overgedragen via steekinsecten (muggen) : deze worden besmet door zich te voeden op een besmet dier en daarna dragen ze het virus over op andere dieren/mensen bij hun volgende bloedmaaltijden. Over het algemeen worden de ziektegevallen vastgesteld tijdens de periodes van activiteit van de vectoren.

De gewone cyclus van deze virussen ligt bij knaagdieren (VEE) of vogels (EEE-WEE-JEE), die reservoirs vormen : het virus vermeerdert zich en deze dieren ontwikkelen een viremie die voldoende is om andere steekinsecten te besmetten.

Met betrekking tot VEE, EEE en WEE wordt de ziekte eerst vastgesteld bij paarden, de gevallen bij de mens doen zich pas later voor.

   
 

VEE

Andere steekinsecten zouden het virus kunnen overdragen (vliegen, teken,...).

De enzootische stammen circuleren voornamelijk bij knaagdieren. Infecties bij paarden en de mens door deze stammen komen weinig voor en beide soorten ontwikkelen slechts een lage viremie.

De epizootische stammen zijn in staat zich zodanig te vermeerderen bij paarden en bij de mens dat steekinsecten worden besmet die op hun beurt andere paarden/mensen besmetten.

Het virus is zeer besmettelijk via verneveling, verschillende gevallen van menselijke besmetting werden in labo’s vastgesteld.

Bij de mens is het virus aanwezig in nasale secreties, maar er werd geen geval van menselijke besmetting door secreties vastgesteld. Over het algemeen wordt besmetting bij de mens niet verspreid als er geen reservoir van paarden aanwezig is.

Het virus kan varkens, katten, honden, runderen, kleine herkauwers en vogels besmetten.

   
 

EEE-WEE

Besmetting bij paarden en de mens vormt een epidemiologische dead end, d.w.z. dat de viremie bij paarden en de mens niet voldoende hoog is om steekinsecten te besmetten en de verspreiding van de ziekte mogelijk te maken.

Het virus circuleert onder de vogels (type zangvogels). Bepaalde stammen vermeerderen zich ook in het reservoir van knaagdieren. Amfibieën en reptielen zouden eveneens als reservoir van het virus kunnen dienen.

Het EEE-virus kan varkens, runderen, kleine herkauwers, kameelachtigen, gedomesticeerde vogels, kleine zoogdieren (knaagdieren), honden en mensen infecteren.

Het WEE-virus kan gedomesticeerde vogels, kleine zoogdieren en mensen infecteren. Een asymptomatische infectie werd vastgesteld bij schildpadden, kikkers en slangen.

   
 

JEE

Het virus verspreidt zich bij paarden en varkens, maar enkel varkens spelen een rol als reservoir in de cyclus van het virus. Infectie bij de mens is een epidemiologische "dead end".

Het virus van Japanse encephalitis kan ook runderen, honden, katten, kleine herkauwers, knaagdieren, everzwijnen, reptielen en amfibieën infecteren.

De mens kan via de lucht, direct contact met besmet weefsel of vloeistof worden geïnfecteerd, of na verwonding door een besmette naald, maar dat betreft een secundaire besmettingswijze.



Naar boven


Preventie- en bestrijdingsmaatregelen

Preventie

Er bestaan vaccins tegen deze verschillende virussen in verschillende derde landen. De vaccins beschikken echter niet over een toelating om ze in de Europese Unie op de markt te brengen en kunnen er dus niet worden gebruikt zonder toelating van de bevoegde overheid.

In de omgeving overleven deze virussen niet lang. Ze worden gedeactiveerd door ethanol 70 %, natriumhypochloriet 1 %, formaldehyde en andere gebruikelijke ontsmettingsmiddelen. De virussen zijn eveneens warmtegevoelig.

   
 

Bestrijding

Er bestaat geen curatieve behandeling tegen deze ziekten. Een ondersteunende behandeling kan echter worden overwogen.



Naar boven


Wetgeving

Belgische wetgeving

Deze ziekten zijn aangifteplichtig, ze moeten onmiddellijk aan de Provinciale Controle-Eenheid worden gemeld.

Het koninklijk besluit van 1/02/2012 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie met betrekking tot de virale encefalitiden bij de paardachtigen is van toepassing.

(Nummer NUMAC - 2012024081 - voor de gecoördineerde wetgeving)

In geval van verdenking moet de houder beroep doen op een erkende dierenarts die het paard binnen de 24 uur controleert. Indien de verdenking bevestigd wordt, moet de dierenarts de verdenking aan het FAVV melden en erop toezien dat de verdachte paarden op afstand gehouden worden van de plaatsen waar andere paarden/gevoelige dieren zouden kunnen besmet worden.

Wanneer een verdenking van een equine virale encefalitide gemeld is, stelt het  FAVV officiële maatregelen in, onder andere door:

  • bemonstering en analyses om de infectie te bevestigen of te ontkennen;
  • verbod op afvoer van verdachte dieren en van bloedproducten en verbod op het gebruik van deze producten teneinde de verspreiding van de ziekte gedurende de periode van verdenking te voorkomen.

Indien nodig kunnen andere maatregelen worden ingesteld:

  • voorafgaande toelating voor elke aan- en afvoer van gevoelige dieren;
  • afzonderen van paarden en andere gevoelige dieren.

Wanneer de infectie bevestigd wordt, worden controlemaatregelen ingesteld, namelijk:

  • epidemiologisch onderzoek om de oorsprong van de ziekte te identificeren en na te gaan of andere dieren/bedrijven werden besmet;
  • inventarisering van paarden en andere gevoelige dieren;
  • vernietiging van de voorraden biologische producten afkomstig van een besmette donor.

In geval van Venezolaanse virale encefalitiden zijn de volgende maatregelen van toepassing:

  • afzondering van alle paarden;
  • doden en vernietiging van alle paarden

of, indien de toestand het toelaat:

  • doden en vernietiging van de geïnfecteerde paarden;
  • uitvoeren van een diagnostische test op de andere paarden 15 dagen na het ruimen van de geïnfecteerde paarden;
  • verbod op de aan- en afvoer van paarden.

In geval van Venezolaanse virale encefalitiden worden de maatregelen in de haard opgeheven :

  • ten vroegste 30 dagen na de ruiming van alle paarden en de reiniging, ontsmetting en de verdelging van insecten in de lokalen, het materieel en de voertuigen;
  • ten vroegste 6 maanden na het doden en vernietigen van het laatste geïnfecteerde paard en voor zover de paarden van het bedrijf onderworpen werden aan een diagnostische test met negatief resultaat.
Voor de andere virale encefalitiden is het intracommunautair handelsverkeer van paarden afkomstig uit een besmet bedrijf verboden gedurende 6 maanden vanaf de datum waarop de paarden werden geslacht/geruimd.
   
 

Europese reglementering

De aan- en afvoer van de in het bedrijf gehouden paarden of deze die afkomstig zijn van een bedrijf waar een ziek of geïnfecteerd dier gehouden werd, is verboden gedurende 6 maanden vanaf de datum waarop de geïnfecteerde paarden werden geruimd.

Indien alle gevoelige dieren van het bedrijf geslacht of geëuthanaseerd werden, is de aan- en afvoer gedurende 30 dagen verboden vanaf de dag waarop de dieren werden geruimd of de desinfectie van de lokalen op een bevredigende manier afgelopen is.



Naar boven


Situatie in België en in het buitenland

Deze virussen werden nog nooit in België geïdentificeerd.

De EEE- en WEE-virussen werden in Canada, de VS en in verschillende Centraal-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse landen geïdentificeerd.

Het VEE-virus werd in Centraal-Amerika en Zuid-Amerika geïdentificeerd.

Het JEE-virus is aanwezig in verschillende Aziatische landen.


Naar boven

Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 08.03.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet