Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Startpagina > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dieren > Dierengezondheid > Kwade droes
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Kwade droes



   
Beschrijving van de ziekte
Preventie- en bestrijdingsmaatregelen
Situatie in België en in het buitenland





Beschrijving van de ziekte

Oorsprong

Kwade droes is een infectieuze ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie, Burkholderia mallei, die vooral paardachtigen treft. De ziekte kan ook op de mens worden overgedragen en is dus een zoönose.

Infectie van mensen komt zelden voor. Als geen behandeling wordt toegepast is de infectie echter vaak dodelijk. Kleine herkauwers, kameelachtigen en vleeseters kunnen eveneens besmet raken.

Klinische symptomen

Paardachtigen

De ziekte komt vaak in een acute vorm voor bij ezels en muildieren en loopt na enkele dagen tot weken dodelijk af. Paarden vertonen meestal een chronische vorm die zich jarenlang kan ontwikkelen voordat ze sterven.

Er bestaan 3 klinische vormen van de ziekte al naargelang van de weg langs waar de bacterie het organisme binnenkomt. Vaak wordt een combinatie van die vormen vastgesteld.

  • Nasale vorm

In het begin worden hoge koorts, gebrek aan eetlust en moeilijke ademhaling met hoesten vastgesteld. Vervolgens wordt een geelgroene mucopurulente vloeistof afgescheiden en vormen zich korsten rond de neusgaten. Ook uit de ogen kan een purulente afscheiding komen.

Tevens stelt men knobbeltjes vast op het neusslijmvlies die zich ontwikkelen tot zweertjes en die zich in de bovenste luchtwegen kunnen verspreiden. De plaatselijke lymfeklieren zijn opgezet en hard, kunnen openbarsten en pus afscheiden. Vaak hangen zij vast aan het omliggende weefsel.

  • Ademhalingsvorm

Ontwikkelt zich vaak over meerdere maanden. De eerste symptomen zijn koorts, hoesten en moeilijk ademen.

Men stelt knobbeltjes vast in de longen en pneumonieletsels. De knobbeltjes verkazen of verkalken. Zij kunnen openbarsten en hun inhoud vrijgeven waardoor de letsels in de bovenste luchtwegen toenemen.

  • Huidvorm (ook worm genoemd)

Ontwikkelt zich over een lange periode. Begint met hoesten en dyspnee met episodes van verergering waardoor het dier verzwakt.

Men ziet subcutane knobbeltjes verschijnen langs de lymfevaten in de benen, langs de ribben en op de buik. Als die knobbeltjes openbarsten loopt er een geelachtig purulent exsudaat uit en gaan ze over in zweren. Die zweren kunnen het omliggende weefsel aantasten. De besmette lymfevaten kunnen hard worden en zwellen.

Soms ziet men ook knobbeltjes in de lever en de milt of een ontsteking van de testikels.

 

  • Asymptomatische dragers

Het is mogelijk dat dieren geen enkel symptoom of slechts lichte symptomen (huidletsels, enkele knobbeltjes op de longen) vertonen. Die dieren zijn echter een belangrijke bron van verspreiding van de ziekte.

De mens

Bij mensen duurt de incubatie enkele dagen tot een aantal weken. Er worden meerdere vormen van de ziekte vastgesteld al naargelang van de weg langs waar de besmetting is gebeurd : nasaal, plaatselijk met knobbeltjes en abcessen, pulmonair, septicemisch met een uitgezaaide of chronische infectie. De eerste symptomen verschijnen doorgaans 1 tot 5 dagen na besmetting via de huid en 1 tot 14 dagen na besmetting via de luchtwegen.

Differentiaal diagnose bij paardachtigen

  • Goedaardige droes (Streptococcus equi)
  • Epizoötische lymfangitis (Histoplasma farciminosum)
  • Sporotrichose (Sporothrix schenckii)
  • Ulceratieve lymfangitis (Corynebactérium pseudotuberculosis)
  • Pseudotuberculose (Yersinia pseudotuberculosis)
  • Meloidose (Burkholdéria pseudomallei)
  • Tuberculose (Mycobacterium tuberculosis)

Overdracht

Paardachtigen

De dieren raken vooral besmet door het innemen van water of voedsel dat besmet is met afscheidingen uit de luchtwegen of huidletsels van besmette dieren.

Aërosols (bij niezen of hoesten van een besmet dier) en het gebruik van besmet materieel (gereedschap voor toiletteren, tuig, …)  zijn eveneens een bron van besmetting.

Besmetting kan ook via de huid ((schaaf)wonden) na contact met afscheidingen of besmet materieel.

Vleeseters

Vleeseters besmetten zich ook door het eten van vlees dat afkomstig is van besmette dieren.

De mens

De mens raakt besmet door direct contact met besmette dieren of afscheidingen daarvan of door contact met besmet materieel. De besmetting gebeurt via de huid ((schaaf)wonden) maar ook via orale inname of inademen.

De ziekte komt nochtans zelden voor bij mensen. Zij wordt vooral vastgesteld bij mensen die nauwe contacten hebben met besmette dieren of met besmet materieel (dierenartsen, verzorgers, laboratoriumpersoneel).



Naar boven


Preventie- en bestrijdingsmaatregelen

Preventie

De preventie steunt op de toepassing van bioveiligheidsmaatregelen ten aanzien van besmette of verdachte dieren :

  • Overdracht op mensen vermijden
    • Wegwerpmasker-  en handschoenen dragen
    • Beschermende bril dragen
    • Huidletsels die niet door kledij zijn bedekt moeten worden afgedekt met kleefverband
    • Wegwerpbeschermkledij (uit plastic) of kledij dragen die alleen wordt gebruikt om de dieren te verzorgen. Reinigen en ontsmetten als de kledij vuil is of bij mogelijke besmetting
    • Wegwerpoverschoenen dragen of schoenen die moeten worden ontsmet als men de ruimte waar de dieren zijn gehuisvest verlaat
    • De handen (en andere mogelijk besmette lichaamsdelen) reinigen/ontsmetten na contact met het dier of met mogelijk besmet(te) materieel/uitrusting
  • Overdracht op andere gevoelige dieren vermijden
    • Gevoelige dieren afzonderen
    • Bij de uitgang van de ruimte waar het dier is gehuisvest een voetbad met ontsmettende oplossing plaatsen. Die oplossing wordt geregeld ververst om de ontsmettende werking te behouden
    • Verboden toegang tot mogelijk besmette ruimten voor onbevoegden
    • Mogelijk besmet materieel op efficiënte wijze verwijderen
    • Materieel (tuig, borstel, enz.) en uitrusting (drinkbak enz.), inclusief water en voeder, dat uitsluitend voor gebruik door dat dier bestemd is
      • Zoniet : eerst gebruiken bij gezonde dieren en daarna bij besmette/verdachte dieren ; nadien reinigen en ontsmetten vóór enig ander gebruik en vóór overbrenging naar een ander « schoon » gedeelte van het bedrijf
      • Verbod op de afvoer van niet gereinigd(e) en niet ontsmet(te) materieel/uitrusting uit het bedrijf
      • Verbod op de afvoer van mogelijk besmet voeder, water, mest en strooisel uit het bedrijf (vernietiging door verbranding of begraven)

Bestrijding

Euthanasie van de besmette dieren en vernietiging van de kadavers vormen de basis van de bestrijding.

Gevoelige dieren die besmet zouden kunnen geraakt zijn na contact met een besmet dier of met besmet(te) materieel/uitrusting/ruimten moeten worden geïdentificeerd. Die verdachte dieren moeten van de andere gevoelige dieren worden afgezonderd en er worden bioveiligheidsmaatregelen toegepast tot de besmetting wordt bevestigd of ontkracht.

Er bestaat geen vaccin tegen de ziekte en besmette dieren behandelen is verboden omdat dieren die genezen zijn, drager kunnen blijven van de bacterie en voor andere dieren en voor de mens een bron van besmetting kunnen zijn.

Verplaatsingen van paardachtigen die worden of werden gehouden in een bedrijf waar een uitbraak werd vastgesteld, zijn verboden gedurende een periode van 6 maand nadat het laatste besmette dier werd verwijderd of na het laatste mogelijk besmettelijke contact.

Bij de mens kan de ziekte worden genezen als snel wordt gestart met een aangepaste antibioticabehandeling. Als de ziekte niet wordt behandeld kan ze na 3 weken dodelijk aflopen.



Naar boven


Situatie in België en in het buitenland

Kwade droes werd uitgeroeid in Europa, Noord-Amerika en Australië. Er werden uitbraken gemeld in het Midden-Oosten (Koeweit), Zuid-Amerika (Brazilië) en Azië (Mongolië, Myanmar en India) en verdenkingen in Afrika (Ethiopië en Mauretanië). In 2011 werden ook uitbraken gemeld in Iran (endemische ziekte), Libanon en Bahrein.

Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 08.03.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet