Deze bladzijde weergeven in het : Frans Nederlands
 
  ZOEKEN

Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Startpagina > Beroepssectoren > Dierlijke productie > Dieren > Dierengezondheid > Botulisme
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie / Dierengezondheid Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Voorlichtings- en begeleidingscel Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Botulisme



 


Naar boven



Beschrijving van de ziekte

Botulisme is een ziekte die wordt veroorzaakt door de toxines afkomstig van de bacterie Clostridium botulinum. Dit is een bacterie die overal in het milieu kan voorkomen, vooral in de vorm van sporen. Deze sporen zijn bestand tegen uitdroging en bevriezing. De bacterie komt eveneens voor in het maagdarmkanaal van dieren en mensen.

De bacterie zelf is niet schadelijk; de neurotoxines echter die door de bacterie worden afgescheiden, veroorzaken de klinische symptomen. Clostridium botulinum wordt op basis van de virulentiekenmerken in 4 groepen (I tot IV) onderverdeeld. De toxines worden in functie van hun serologische karakter onderverdeeld in 7 serotypes (A tot G). De mens is gevoelig voor de toxines van het type A, B, E en F.

 

Naar boven
Wettelijk kader

Botulisme is een ziekte die vermeld wordt in het koninklijk besluit van 22 mei 2005 dat de zoönosen aanduidt die onderworpen zijn aan de toepassing van hoofdstuk III van de wet van 24 maart 1987 met betrekking tot dierengezondheid. Het koninklijk besluit van 14 november 2003 legt een meldingsplicht op in geval van een mogelijk gevaar voor de voedselketen. Botulisme is dus een meldingsplichtige ziekte.

  • Koninklijk besluit van 22 mei 2005 houdende maatregelen voor de bewaking van en de bescherming tegen bepaalde zoönoses en zoönoseverwekkers.

(Nummer NUMAC - 2005022397 - voor de gecoördineerde wetgeving)

  • Koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen.

(Nummer NUMAC - 2003023054 - voor de gecoördineerde wetgeving)

 


Naar boven
Botulisme bij runderen

Runderen zijn vooral gevoelig voor toxines van type B, C en D. Type D wordt het meest in Belgische botulismevergiftigingen bij runderen vastgesteld.

Klinische symptomen

De incubatieperiode varieert van 3 tot 17 dagen. De klinische symptomen verschillen naargelang het betrokken toxine.

Botulisme van type B veroorzaakt vooral spijsverteringsstoornissen: diarree, opstopping, oprispingen, overvloedige speekselvloei. Een besmetting van melk door fecale bevuiling van de uier is op deze manier mogelijk.

Botulisme van type C of D (meest voorkomend bij herkauwers) heeft een nogal variabel klinisch patroon: symptomen van parese/spierverlamming of plotse dood van enkele dieren tot zelfs van het volledige beslag. De differentiële diagnose omvat listeriose, rabiës, de ziekte van Aujeszky, intoxicaties met organische fosforverbindingen, koper, kwik of lood, onevenwicht in de mineralenhuishouding of meningitis.

Oorsprong van de besmetting

De besmetting van herkauwers gebeurt meestal via het voeder, door de inname van besmette voedingsmiddelen of water. Vaak liggen krengen van pluimvee, vogels of kleine dieren (knaagdieren, andere,…) die de watervoorraad, een silo, een grasland, strooisel of het milieu in het algemeen hebben besmet of die in diervoeders werden verwerkt aan de bron van toxines van type C en D. Toxines van type B kunnen voorkomen in diervoeders (concentraten, draf, andere) die sporen bevatten.

De aanwezigheid van pluimveehouderijen in de nabijheid van runderen en de uitvoer van mest van pluimvee op weiden vormen een niet te verwaarlozen risico voor de verspreiding van botulisme bij runderen.

Preventieve acties

Er bestaat geen enkele therapeutische behandeling eens de ziekteverschijnselen van botulisme zich manifesteren bij een rund. Het is dus absoluut nodig om preventieve maatregelen in te stellen zodat het opduiken van de ziekte wordt voorkomen.

Sinds einde 2009 is het mogelijk om runderen tegen botulisme te vaccineren: een vaccin, is op de Belgische markt beschikbaar gesteld (met een tijdelijke gebruikstoelating). Het beschermt tegen de types botulisme C en D die bij ons het meest voorkomen. Eén enkele injectie geeft bescherming na enkele weken. Wel moet de vaccinatie jaarlijks herhaald worden.

Voor rundveehouders die niet willen vaccineren, is het instellen van preventieve maatregelen gebaseerd op hygiëne en goede landbouwpraktijken absoluut nodig om blootstelling aan botulismetoxines te beperken.

Algemene preventieve acties m.b.t. het voederen en drenken van runderen:

  • zuiver drinkwater voorzien, niet afkomstig van beken, niet-afgedekte waterputten of rivieren,
  • de bewerkte grond controleren op de aanwezigheid van kadavers van kleine dieren en vogels vooraleer over te gaan tot het oogsten of maaien van plantaardig materiaal bestemd voor het voederen van dieren,
  • plantaardig materiaal niet te kort maaien,
  • correct inkuilen en bij voorkeur op een lichtjes verhoogd oppervlak om de accumulatie van regenwater onder de kuil te beperken,
  • het kuilvoer controleren op de aanwezigheid van kadavers of schimmels vooraleer dit als voeder te gebruiken.

Bijkomende preventieve acties bij aanwezigheid van een pluimveehouderij in hetzelfde bedrijf of wanneer het bedrijf kippenmest van de gebuur of van een ander bedrijf ontvangt:

  • de krengen van vogels in hermetisch afsluitbare containers deponeren,
  • de mest van pluimvee op een zodanige manier verzamelen zodat wegvloeiing en verspreiding niet mogelijk is en het milieu zodoende niet wordt besmet, en elk pluimveekadaver uit de mest verwijderen,
  • de mest van pluimvee niet uitvoeren op een weide of grasland die voor de productie van hooi en kuilvoer wordt gebruikt,
  • aparte machines voor pluimvee en herkauwers gebruiken, of materiaal goed reinigen, bij gezamenlijk gebruik bij beide diersoorten,
  • pluimvee met vrije uitloop de toegang tot de stallen van de herkauwers verhinderen.

 

Maatregelen ingevoerd door het FAVV bij een verdacht geval van botulisme

De ingevoerde maatregelen in het kader van de strijd tegen botulisme in een rundveebedrijf zijn gebaseerd op het advies 45-2006 van het Wetenschappelijk Comité van het FAVV.

De maatregelen zijn van toepassing zowel in een bedrijf verdacht van botulisme (op basis van anamnese en klinische symptomen) als in een bedrijf waar botulisme bevestigd is (op basis van anamnese, klinische symptomen en resultaten van analyses die de identificatie van het toxinetype mogelijk maken – in ongeveer 15% van de gevallen).

Deze maatregelen zijn:

  • verbod op het verplaatsen en slachten van runderen,
  • verbod op de verkoop van alle melk, zowel directe verkoop van rauwe melk als verkoop van melk aan de zuivelindustrie,
  • verbod op de directe verkoop van hoevezuivelproducten,
  • verplichting om het watercircuit in de stallen te spoelen/reinigen,
  • verbod op het gebruik van verdacht kuilvoer en op het op weiden uitvoeren van dit kuilvoer,
  • identificatie van de besmettingsbron, met tracering van de andere bedrijven die potentieel door dezelfde bron besmet kunnen geraken.

De verdenking wordt opgeheven wanneer een andere diagnose gesteld wordt. De maatregelen in verband met een niet opgeheven verdenking of een confirmatie van botulisme worden opgeheven 17 dagen na het vaststellen van de klinische symptomen bij het dier dat het laatst ziek is geworden.

 

Naar boven

Botulisme bij pluimvee, eenden en wilde vogels

Pluimvee, eenden en wilde vogels zijn gevoelig voor toxines van type B, C en E, waarvan type C het meest toxisch is voor deze diergroep.

Bij wilde vogels is de oorsprong van de contaminatie meestal te linken aan de combinatie van warm en droog weer met de aanwezigheid van krengen en hoge concentraties aan faeces in waterpoelen.

Bij pluimveebedrijven zijn gevogeltekrengen de voornaamste besmettingsbron van de vergiftiging, wanneer zij niet vlug genoeg van het bedrijf worden verwijderd. Diermeel dat gebruikt wordt als pluimveevoeder, kan eveneens een bron van besmetting zijn.

 


Naar boven
Botulisme bij varkens

Varkens zijn vatbaar maar niet zo gevoelig voor Clostridium botulinum toxines. De ziekte komt dus zelden voor bij deze diersoort.


Naar boven

Botulisme bij paarden

Paarden zijn erg gevoelig voor botulismetoxines van type B, C en D.

De bron van besmetting door toxines C en D wordt gevormd door krengen van andere kleine dieren die het paardenvoeder besmetten.

De toxines van het type B worden vooral teruggevonden in grote, met behulp van plastiek ingekuilde grasbalen (1,2 à 1,5 meter diameter): hier bestaat een verhoogd risico dat in de loop van het fermentatieproces de pH niet voldoende daalt om elke groei van Clostridium botulinum te remmen. Bijgevolg kunnen de condities hier ideaal zijn voor de groei van Clostridium botulinum en de productie van botulismetoxines.

Er bestaat voor paarden enkel een vaccin tegen toxines van het type B. Dit vaccin is beschikbaar in Canada, maar niet in Europa.

 



Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 08.03.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet