Deze bladzijde weergeven in het :   Frans   Nederlands   Duits

Zoekmotor  



Zoeken van A tot Z
Siteplan
 
Professionelen > Dierlijke productie > Dieren > Bijenteelt > Dierengezondheid – bijen
Professionelen Over het FAVV Organogram Contact Autocontrole Checklists "Inspecties" Dierlijke productie Plantaardige productie Hoeveverkoop Erkenningen, toelatingen en registratie Export naar derde landen Financiering van het FAVV Invoer derde landen Laboratoria Levensmiddelen Meldingsplicht Voorlichtingscel Wetgeving Zelfstandige dierenartsen Zelfstandige bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs, bachelors en masters Publicaties Praktisch Comités Auditcomité Raadgevend Comité Wetenschappelijk Comité Consumenten

 
 

Bijenteelt


    Dierengezondheid – bijen:

1. Wetgeving
   
2. Wat men moet doen bij gezondheidsproblemen ?
   
3. Aangifteplichtige ziekten en schadelijke organismen
   
4. Vergoedingen
   
5. Gezondheidstoestand
   
6. Invoer
   
7. Registers
   
8. Toediening van geneesmiddelen (KB 23/05/2000)
   
9. Epilobee : Pilootbewakingsprogramma voor bijenziekten
   
10. Draaiboek bij acute vergiftiging van honingbijen door pesticiden.
   
11. Verkeer van bijen binnen de EU
   
12. HealthyBee: nieuw bewakingsprogramma voor de bijengezondheid





1. Wetgeving

  • 03/02/2014. – K.B. tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24/03/1987 en tot regeling van de aangifteplicht.
  • 07/03/2007. - K.B. betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van de bijen.
  • 2003/881/EG. - Beschikking van de Commissie van 11/12/2003 betreffende de veterinairrechtelijke voorschriften en de certificeringsvoorwaarden voor de invoer van bijen en hommels (Apis mellifera et Bombus spp.) uit bepaalde derde landen en tot intrekking van Beschikking 2000/462/EG van de Commissie.
  • 23/05/2000. - K.B. houdende bijzondere bepalingen inzake het verwerven, het in depot houden, het voorschrijven, het verschaffen en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de dierenarts en inzake het bezit en het toedienen van geneesmiddelen bestemd voor dieren door de verantwoordelijke voor de dieren.
  • 24/03/1987. - Dierengezondheidswet.






2. Wat men moet doen bij gezondheidsproblemen ?

Er zijn twee mogelijkheden :
  • De bijenhouder vermoedt dat zijn volken zijn aangetast of besmet door een van de in punt 3. vermelde aangifteplichtige ziekten.
    Hij moet in dat geval hiervan onmiddellijk aangifte doen bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE) van de provincie waar de bijenstand zich bevindt .
  • De bijenhouder stelt abnormale sterfte bij zijn bijenvolken vast en kan de oorzaak daarvan niet achterhalen.
    Hij moet in dat geval uit eigen beweging een erkend dierenarts contacteren, die een onderzoek instelt. De dierenarts kan in het kader van dit onderzoek een monster opsturen naar het nationaal referentielaboratorium CODA. In dit geval staat de imker zelf in voor de analysekosten.





3. Aangifteplichtige ziekten en schadelijke organismen (KB 3 februari 2014)

Acariose, Amerikaans vuilbroed, Europees vuilbroed, de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) en de tropilaelapsmijt zijn de ziekten of schadelijke organismen die zijn vermeld in het KB van 3 februari 2014 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en tot de regeling van de aangifteplicht. Het gaat om zgn. « aangifteplichtige ziekten »

Elke bijenhouder wiens kolonies ervan verdacht worden aangetast of besmet te zijn door een van deze ziekten moet hiervan onmiddellijk aangifte doen bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt.


3.1 Amerikaans vuilbroed

  • Verwekker
    Amerikaans vuilbroed is een bijenziekte die wordt overgebracht door een sporenvormende bacterie, Paenibacillus larvae. De sporen kunnen zelfs in extreme omstandigheden (droogte en koude) gedurende tientallen jaren overleven. Jonge larven (tot 2 dagen) zijn het gevoeligst voor de ziekte. Oudere larven worden alleen aangetast bij een vrij hoge infectiedruk. Volwassen bijen worden helemaal niet aangetast maar geven de ziekteverwekker wel door. Amerikaans vuilbroed kan de productiviteit gevoelig doen dalen en het bijenvolk doen wegkwijnen.
  • Symptomen
    De volgende symptomen kunnen wijzen op Amerikaans vuilbroed:
    • dun broed met gesloten cellen, open cellen en cellen met resten van aangetaste larven,
    • cellen met ingezonken celdeksel,
    • openingen in een aantal celdeksels,
    • celdeksels zijn donkerder van kleur dan normaal,
    • gronderige leemachtige geur,
    •  inhoud van aangetaste cellen is dradentrekkend en stroperig (luciferproef),
  • Verspreiding
    Besmetting via de sporen kan gebeuren bij:
    • het voeren van besmette honing of besmet stuifmeel,
    • het binnenbrengen van vreemde bijen,
    • gebruik van tweedehands materiaal of besmet materiaal,
    • het zwermen.
    De sporen worden overgebracht door het poetsgedrag van de bijen en tijdens het voeden van de larven.
  • Preventie en bestrijding
    Het risico op besmetting kan op een aantal manieren worden verminderd:
    • niet voeden met honing of stuifmeel van onbekende oorsprong,
    • geen raten of ramen van onbekende oorsprong gebruiken,
    • nagaan of het broed geen gebreken vertoont,
    • contact met andere bijenvolken beperken.
    Als de kolonie ervan verdacht wordt aangetast of besmet te zijn, moet de bijenhouder daarvan onmiddellijk aangifte doen bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt. De PCE stuurt dan de assistent voor de bijenteelt ter plekke. Die neemt monsters en stuurt ze op naar het CODA.
    Wanneer wordt vastgesteld dat een kast door Amerikaans vuilbroed is aangetast, moet de PCE waarvan de bijenstand afhangt onmiddellijk worden verwittigd.
    Als de monsters positief zijn (sporen bevatten) wordt de besmette kolonie ofwel geruimd ofwel wordt een kunstzwerm gemaakt. Er wordt door het FAVV in samenwerking met de burgemeester een beschermingsgebied met een straal van 3 km rond de uitbraak afgebakend. Het is verboden bijen te vervoeren binnen het beschermingsgebied en de andere volken worden onderzocht om eventuele besmettingen te kunnen opsporen. De bijen en het materiaal van de imker mogen het beschermingsgebied niet verlaten.


3.2 Europees vuilbroed

  • Verwekker
    Europees vuilbroed is een bijenziekte die wordt veroorzaakt door Melissococcus plutonius, een niet-sporenvormende bacterie. Alleen jonge larven (tot 2 dagen) zijn er gevoelig voor. Zij worden dan ook zeer snel ziek. De cellen waarin zij zich bevinden hebben geen deksel meer. Poetsende bijen raken besmet en besmetten de larven tijdens het voeden.
  • Symptomen
    De volgende symptomen kunnen wijzen op Europees vuilbroed:
    • gevlekt broedpatroon,
    • larven worden geelachtig of bruinachtig van kleur,
    • dode larven verdrogen tot makkelijk te verwijderen schilfers,
    • min of meer uitgesproken rottingsgeur of azijngeur.
  • Verspreiding
    Besmetting kan gebeuren:
    • door bijen die de cellen poetsen,
    • door het binnenbrengen van vreemde bijen,
    • door gebruik van tweedehands materiaal of besmet materiaal.
  • Preventie en bestrijding
    Er zijn verschillende manieren om het risico op besmetting te verminderen:
    • materiaal geregeld ontsmetten,
    • geen raten en ramen van onbekende oorsprong gebruiken,
    • de toestand van het broed geregeld controleren,
    • contact met andere bijenvolken beperken.
    Als de kolonie ervan verdacht wordt aangetast of besmet te zijn, moet de bijenhouder daarvan onmiddellijk aangifte doen bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt. De PCE stuurt dan de assistent voor de bijenteelt ter plekke. Die neemt monsters en stuurt ze op naar het CODA. Als de resultaten positief zijn (ruimen of kunstzwerm) wordt door het FAVV in samenwerking met de burgemeester een beschermingsgebied met een straal van 3 km rond de uitbraak afgebakend. Binnen het beschermingsgebied is het verboden bijen te vervoeren en worden de andere volken onderzocht om eventuele besmettingen te kunnen opsporen. De bijen en het materiaal van de imker mogen het beschermingsgebied niet verlaten.


3.3 Acariose

  • Verwekker
    Acariose (of acarapisose) is een bijenziekte die wordt veroorzaakt door de Acarapis woodi mijt. Die mijt is een inwendige parasiet die voorkomt in het ademhalingsstelsel van de bij en vooral leeft in de eerste thoraxtrachee van de bij en zich daar vermenigvuldigt. Bijen die nog geen 10 dagen oud zijn, zijn het meest ontvankelijk.
  • Symptomen
    De besmetting wordt pas in een gevorderd stadium zichtbaar, doorgaans vroeg in de lente.
    De volgende symptomen kunnen wijzen op acariose:
    • bijen met gezwollen achterlijf,
    • bijen die zich vastklampen aan grassprietjes of zich voortslepen,
    • diarreesporen,
    • moeilijk vliegen.
  • Verspreiding
    De besmetting verspreidt zich via direct contact tussen volwassen bijen.
    • Preventie en bestrijding
    Als de kolonie ervan verdacht wordt aangetast of besmet te zijn, moet de bijenhouder daarvan onmiddellijk aangifte doen bij de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt. De PCE stuurt dan de assistent voor de bijenteelt ter plekke. Die neemt monsters en stuurt ze op naar het CODA. Als de monsters positief zijn, wordt door het FAVV in samenwerking met de burgemeester een beschermingsgebied met een straal van 3 km rond de uitbraak afgebakend. Binnen het beschermingsgebied is het verboden bijen te vervoeren en worden de andere volken onderzocht om eventuele besmettingen te kunnen opsporen. De bijen en het materiaal van de imker mogen het beschermingsgebied niet verlaten.



3.4 Varroase (niet meer aangifteplichtig sinds 21/03/2014)

Varroabestrijdingsadvies 2016.



3.5 Aethina tumida : kleine bijenkastkever

  • Verwekker Aethina tumida is een kleine kever, 5 tot 7 mm lang en 3 tot 5 mm breed (1/3 van een bij), bruinrood van kleur vlak na het uitkomen, zwart bij volwassenheid. De roomwitte larven zijn ongeveer 1 cm lang. Zij voeden zich moet broed, stuifmeel, honing. Als ze de maturiteit bereiken, verlaten ze de kast en graven zich in de grond in (10 à 30 cm) waar ze hun gedaanteverwisseling ondergaan.
  • Symptomen
    • kleinere oogst,
    • aangetaste, door de bijen verlaten ramen,
    • ondergang van het volk,
    • sterke geur: gistende honing.
  • Verspreiding
    De verspreiding gebeurt door:
    • uitwisseling van bijen in verpakking, zwermen,
    • ramen,
    • was,
    • vruchten,
    • de grond,
    • vluchten van volwassen exemplaren over afstanden van soms meer dan 5 km.
  • Preventie en bestrijding
    Als de kleine bijenkastkever er eenmaal is, kan hij niet meer worden uitgeroeid.
    Bij bezoek aan de bijenstand, Aethina zoeken in de niet-verlichte delen van de kast en in de scheuren met afval dat niet door de bijen wordt verwijderd.
    De invoerprocedures moeten nauwgezet worden nageleefd.
    Wanneer besmetting van de kast door Aethina wordt vastgesteld, moet de Provinciale Controle-eenheid (PCE) (zie adres in contact) waarvan de bijenstand afhangt, onmiddellijk worden verwittigd.

Informatiefiche (PDF) over de kleine bijenkastkever (©ANSES).

 

Opduiken van de kleine bijenkastkever in Italië.

Op 16 september 2015 werd een nieuwe haard van de kleine bijenkastkever vastgesteld in Italië.
In 2014 dook de kleine bijenkastkever voor het eerst op in Zuid-Italië. In de periode september – december 2014 werden 61 haarden vastgesteld in Calabrië en Sicilië. In het beschermingsgebied dat rondom deze haarden werd ingesteld, werden op 16 september 2015 opnieuw kevers (volwassen kevers en larven) aangetroffen.

Het gevaar op binnenbrengen van de kleine bijenkastkever door de invoer van bijen uit aangetaste gebieden is reëel. Elke verplaatsing van bijen en hommels moet sowieso met de nodige voorzichtigheid gebeuren en is aan bepaalde regels onderworpen (zie ook punt 6 – invoer).

Invoer vanuit de aangetaste regio’s in Italië (Calabrië en gans Sicilië) is verboden.

Waakzaamheid voor de kleine bijenkastkever.




3.6 Tropilaelaps sp

  • Verwekker
    Tropilaelaps is een mijt die bijen uitwendig parasiteert. Tot het geslacht Tropilaelaps behoren twee voor soorten die bij onze bijen ziekten verwekken: clareae en koenigerum.
    Die mijten zijn ongeveer 1 mm lang en parasiteren de larven en nimfen. Ze zijn bruinrood van kleur en worden soms aangetroffen op volwassen bijen waar ze slechts 3 dagen kunnen overleven.
  • Symptomen
    Uitwendige parasiet die zich voedt met hemolymfe. De symptomen lijken op die van Varroa:
    • misvormingen aan vleugels, poten en achterlijf,
    • onregelmatig broed waarin de sterfte kan oplopen tot 50%.
  • Verspreiding
    De besmetting gebeurt wanneer koninginnen worden binnengebracht. De verspreiding gebeurt eveneens door volwassen exemplaren. Tropilaelapsmijten zijn erg mobiel en kunnen zich binnen het volk bewegen.
    De grootste verspreider is de imker (verplaatsen van volken, ramen, enz…).
  • Preventie en bestrijding
    De tropilaelapsmijt kan makkelijk worden onderscheiden van Varroa (breder dan ze lang is en groter), vooral met behulp van een vergrootglas. Omdat Tropilaelaps larven en nimfen aanvalt kan de diagnose makkelijker worden gesteld. Omdat de levenscyclus die van Varroa benadert, kunnen opsporingsmethoden worden toegepast.
    Bestrijding is mogelijk bij middel van technieken die bij voorkeur in perioden zonder broed worden toegepast omdat Tropilaelaps zich niet kan voeden op volwassen bijen.
    Er moeten voorzorgen worden genomen met betrekking tot het binnenbrengen van nieuwe bijen of het gebruik van tweedehands materiaal. De invoerprocedures moeten nauwgezet worden nageleefd
    Wanneer infestatie van een kast door de tropilaelapsmijt wordt vastgesteld, moet de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt onmiddellijk worden verwittigd.





4. Vergoedingen (KB 7 maart 2007)

In de gevallen waarin het Agentschap de verdelging van kolonies (bij aantasting door vuilbroed) oplegt, kan door het Agentschap aan de bijenhouder een vergoeding worden toegekend van 125 EUR per houten kast of kunststofkast. De formulieren om de vergoeding aan te vragen, moeten worden toegezonden aan de Provinciale Controle-eenheid (PCE) waarvan de bijenstand afhangt.





5. Gezondheidstoestand (aangifteplichtige ziekten)

  • Acariose: zie Zoosanitaire toestand in België (1. Aangifteplichtige dierenziekten)
  • Europees vuilbroed :
    • 05/06/2014 : 1 haard te 7973 Stambruges, opheffing maatregelen op 06/08/2014.
    • 16/06/2014 : 1 haard te 7601 Roucourt, opheffing maatregelen op 11/08/2014.
    • 03/09/2014 : 1 haard te 3500 Hasselt, opheffing maatregelen op 23/04/2015.
  • Amerikaans vuilbroed:
    • 2006 : 3 haarden.
    • 2007 : 5 haarden.
    • 2008 : 1 haard.
    • 2009 : 4 haarden.
    • 2010 : geen haarden.
    • 2011 : geen haarden.
    • 2012 : geen haarden.
    • 2013 : 2 haarden.
    • 2014 : 36 haarden.
    • 21/04/2015 : 1 haard te 3665 As, opheffing maatregelen op 10/09/2015.
    • 21/04/2015 : 1 haard te 6880 Auby-sur-Semois, opheffing maatregelen op 31/08/2015.
    • 22/04/2015 : 1 haard te 3650 Dilsen-Stokkem, opheffing maatregelen op 10/09/2015.
    • 08/05/2015 : 1 haard te 7180 Seneffe, opheffing maatregelen 15/03/2016.
    • 22/05/2015 : 1 haard te 9506 Schendelbeke (Geraardsbergen), opheffing maatregelen op 23/07/2015.
    • 02/06/2015 : 1 haard te 6880 Bertrix, opheffing maatregelen op 31/08/2015.
    • 02/06/2015 : 1 haard te 6887 Herbeumont, opheffing maatregelen op 31/08/2015.
    • 22/06/2015 : 1 haard te 3650 Dilsen-Stokkem, opheffing maatregelen op 10/09/2015.
    • 22/06/2015 : 1 haard te 9250 Waasmunster, opheffing maatregelen 23/05/2016.
    • 22/07/2015 : 1 haard te 9250 Waasmunster, opheffing maatregelen 23/05/2016.
    • 06/08/2015 : 1 haard te 3665 As, opheffing maatregelen op 10/09/2015.
    • 11/08/2015 : 1 haard te 9250 Waasmunster, opheffing maatregelen 23/05/2016.
    • 18/08/2015 : 1 haard te 7020 Bergen, opheffing maatregelen 14/04/2016.
    • 11/09/2015 : 2 haarden te 6723 Habay. Kaart schutkring
    • 29/09/2015 : 1 haard te 6730 Tintigny. Kaart schutkring
    • 10/05/2016 : 1 haard te 6723 Habay. Kaart schutkring
    • 12/05/2016 : 1 haard te 6723 Habay. Kaart schutkring
    • 27/05/2016: 1 haart te 6730 Tintigny. Kaart schutkring
    • 11/07/2016: 1 haard te 5300 Andenne. Kaart schutkring

      Overzicht schutkringen in België : kaart update 11 juli 2016
     
  • Aethina tumida : het Belgische grondgebied is vrij.
  • Tropilaelapsmijt : het Belgische grondgebied is vrij.





6. Invoer (Verordening (EU) nr. 206/2010)

De invoer van bijen en hommels is toegestaan mits tegelijk aan de volgende drie eisen is voldaan:

  • ze zijn afkomstig uit derde landen die voldoen aan de veterinairrechtelijke basisvoorwaarden (lijst in Bijlage II, deel 1 bij Verordening (EU) nr. 206/2010),
  • de zendingen gaan vergezeld van een gezondheidscertificaat dat in overeenstemming is met het model en voldoen aan de in dat model genoemde garanties,
  • de zendingen bevatten per koninginnenkast niet meer dan één koningin met maximaal twintig voedsters en per hommelnest maximaal 200 volwassen hommels.

Er zijn uitzonderingen mogelijk. Die zijn vermeld in Verordening (EU) nr. 206/2010.






7. Registers (KB 14 november 2003)

Bijenhouders moeten registers bijhouden waarin het volgende wordt vermeld:
  • de aard en de oorsprong van dierenvoeders;
  • de toegediende diergeneesmiddelen of andere behandelingen die de dieren hebben ondergaan, met inbegrip van de data van toediening of behandeling en de wachttijden;
  • de aanwezigheid van ziekten die de veiligheid van de producten van dierlijke oorsprong in het gedrang kunnen brengen;
  • de voor de volksgezondheid belangrijke resultaten van analyses van bij de dieren genomen monsters of van andere voor diagnosedoeleinden genomen monsters;
  • alle toepasselijke controles van dieren of producten van dierlijke oorsprong.

Bijenhouders moeten de registers gedurende ten minste vijf jaar bewaren en de relevante informatie in deze registers desgevraagd ter beschikking stellen van het Agentschap, van de gewestelijke overheden en van de ontvangende exploitanten van agro-voedingsbedrijven.





8. Toediening van geneesmiddelen (KB 23/05/2000)

De bijenhouder moet op ieder ogenblik het verwerven, het bezitten en het toedienen van geneesmiddelen, die voorschriftplichtig zijn, kunnen verantwoorden.
Hij moet de voorschriften en/of toedienings- en verschaffingsdocumenten in chronologische volgorde en doorlopend genummerd gedurende 5 jaar bewaren.
De hoeveelheid geneesmiddel die de bijenhouder in zijn bezit heeft mag niet groter zijn dan de hoeveelheid die nodig is voor een behandeling van 5 dagen.

Correcte verschaffing van geneesmiddelen tegen de varroamijt. (PDF)






9. EPILOBEE : Pilootbewakingsprogramma voor bijenziekten

Naar aanleiding van de alarmerende berichten aangaande de bijengezondheid, zowel in Europa als op wereldvlak, stelde de Europese Commissie op 1 april 2011 het Franse laboratorium ANSES aan als Europees referentielaboratorium (EURL) voor de bijengezondheid. Hoofdtaak van ANSES is het oprichten van een netwerk van nationale referentielaboratoria met als doel representatieve en vergelijkbare data inzake bijengezondheid voor de gehele Europese Unie te bekomen. Hiertoe werd een vrijwillig piloot bewakingsprogramma voor bijenziekten ontwikkeld waaraan ook België deelneemt. Dit project kreeg de naam EPILOBEE.

Artikel van ANSES aangaande het piloot bewakingsprogramma (Bee World, Maart 2013, blz. 10-11).

In België bestaat momenteel geen actief bewakingsprogramma voor bijenziekten. Derhalve zijn momenteel weinig representatieve data inzake bijengezondheid voor het volledige Belgische grondgebied voor handen. Door middel van een goed gespreide monitoring over heel België hoopt men belangrijke informatie over de gezondheidstoestand van de bijen te bekomen.


9.1. Belgisch pilootprogramma 2012-2013

    Bericht van 06/08/2012 (PDF) aan de imkers en de Belgische bijenteeltfederaties betreffende het pilootmonitoringprogramma bijensterfte 2012-2013.

Timing pilootbewakingsprogramma

  • Bezoekreeks 1 : oktober 2012 : uitgevoerd
  • Bezoekreeks 2 : lente 2013 : uitgevoerd
  • Bezoekreeks 3 : augustus 2013 : uitgevoerd


9.2. Belgisch pilootprogramma 2013-2014

    Bericht van 09/09/2013 (PDF) aan de imkers en de Belgische bijenteeltfederaties betreffende het pilootmonitoringprogramma bijensterfte 2013-2014.
    De krijtlijnen van het programma 2013-2014 zijn nagenoeg identiek aan deze van het programma 2012-2013.


Timing pilootbewakingsprogramma

  • Bezoekreeks 1 : september 2013 : uitgevoerd
  • Bezoekreeks 2 : april 2014 : uitgevoerd
  • Bezoekreeks 3 : augustus 2014 : uitgevoerd
     

    Presentatie eerste resultaten van Epilobee 2013-2014.


    De sterftecijfers zullen in het voorjaar 2015 door het Europees Referentielaboratorium ANSES bekend gemaakt worden.



9.3. Verdere evolutie

    Het FAVV beschouwt Epilobee als de ideale gelegenheid om een bewakingssysteem voor de bijengezondheid voor het volledige Belgische grondgebied op punt te zetten. Praktische details aangaande o.a. staalneming, labo-analyses, enz. kunnen verder uitgewerkt en geperfectioneerd worden binnen de scope van het pilootprogramma.


    Eind juni 2014 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat Epilobee niet zal verder gezet worden in 2014-2015. De Commissie wenst, in samenwerking met het Europees referentielaboratorium voor de bijengezondheid ANSES, een nieuw project uit te werken waarin ook de mogelijke invloed van chemische contaminanten zoals insecticiden, fungiciden, e.d. zou bestudeerd worden.

    Het ontwikkelen en opstarten van dergelijk project zal echter tijd in beslag nemen, zeker gezien de nog steeds beperkte wetenschappelijke kennis op dit terrein. De Commissie hoopt in het najaar van 2015 van start te kunnen gaan met dit hertekend programma, dat opnieuw op Europese schaal zou uitgevoerd worden.

    Gezien deze beslissing, heeft het FAVV beslist om ook op Belgisch niveau het Epilobee-project tijdelijk stop te zetten. Ook in België is gebleken dat de sector vragende partij is om het onderzoek naar de mogelijke invloed van chemische contaminanten mee in het project op te nemen. Het FAVV schaart zich in deze dus achter het voorstel van de Europese Commissie en wenst zich te engageren om ook op Belgisch niveau een hertekend Epilobee-project uit te werken. Dit zal de nodige tijd en het nodige budget vragen. Er komt dan ook geen Epilobee 2014-2015 project, maar deze tijd zal besteed worden aan het mee ontwikkelen van de volgende fase van het programma. Deze ontwikkeling zal op Europees niveau geleid worden door het EU referentielaboratorium ANSES. Op Belgisch niveau zullen onze eigen experten nauw betrokken worden bij de uittekening van dit project.







10. Draaiboek bij acute vergiftiging van honingbijen door pesticiden.

Het draaiboek bij acute vergiftiging van honingbijen door pesticiden bevat alle praktische informatie voor de imker over wanneer en hoe een vermoeden van acute bijenvergiftiging door pesticiden kan gemeld worden aan het FAVV. Het draaiboek geldt enkel voor bijensterfte veroorzaakt door pesticidenvergiftiging. Zodoende is het belangrijk om dergelijke sterfte te onderscheiden van natuurlijke sterfte, sterfte door bijenziekten, wintersterfte, sterfte door gebrek aan voedsel of door andere factoren zoals de hoornaar, …
Dit draaiboek is enkel van toepassing als er een gefundeerd vermoeden van acute pesticidenintoxicatie is, d.w.z. het afsterven van minstens één derde van de betrokken kast(en) binnen een tijdspanne van 48 uur, samen met de vaststelling dat er een grote hoeveelheid dode bijen voor de kast ligt.
De melding aan de PCE, waarvan de bijenstand afhangt, moet gebeuren door middel van het standaard meldingformulier:
Bijlage 3 (DOC) van het K.B. van 22/01/2004 : Formulier voor exploitanten van de sector van de primaire dierlijke productie.

Contactgegevens van de Provinciale controle-eenheden (PCE) voor de melding.



11. Verkeer van bijen binnen de EU.
 

Wanneer bijen (koninginnen, werksters, broed,...) verzonden worden naar een ander land binnen de EU, moeten zij vergezeld gaan van een veterinair certificaat. Dergelijk certificaat moet opgesteld worden voor elk transport vanuit België naar een andere EU-lidstaat: zowel om commerciële redenen (bijen die verkocht worden naar het buitenland), als niet-commerciële redenen. Ook bijen die tijdelijk naar het buitenland verplaatst worden, bijvoorbeeld naar een bevruchtingseiland of omwille van transhumance, moeten tijdens het transport vergezeld gaan van een veterinair certificaat. Dit certificaat, dat wordt opgesteld door een officiële dierenarts, garandeert dat de bijen gezond zijn op de dag van verzending en dat ze vrij zijn van bepaalde bijenziektes zoals Amerikaans vuilbroed, de kleine bijenkastkever (Aethina tumida) en de Tropilaelapsmijt (Tropilaelaps spp.).
Om een veterinair certificaat te kunnen opstellen, moeten volgende voorwaarden vervuld zijn:


1) de bijen komen uit een gebied waarvoor geen beperkingen gelden in verband met Amerikaans vuilbroed;
2) de bijen komen uit een gebied met een straal van ten minste 100 km, waar geen beperkingen gelden in verband met de kleine bijenkastkever of van de tropilaelapsmijt en waar deze plagen niet voorkomen;
3) de bijen, evenals hun verpakking, hebben een visueel onderzoek ondergaan met het oog op de opsporing van de kleine bijenkastkever en de Tropilaelapsmijt.


Er wordt één veterinair certificaat opgemaakt per verzender (en per bestemmeling). Per certificaat kunnen met andere woorden maar bijen van 1 imker verzonden worden.
De aanvraag van een veterinair certificaat kan gebeuren via de Provinciale controle-eenheden. Wanneer de certificeringaanvraag voor 12 uur werd ontvangen, zal een officiële dierenarts de volgende dag ter plaatse komen om het certificaat op te stellen.



12. HealthyBee: nieuw bewakingsprogramma voor de bijengezondheid.
 

Het FAVV start in het najaar van 2016 met een nieuw bewakingsprogramma voor de bijengezondheid.

In dit programma zal de gezondheid van 200 bijenstanden opgevolgd worden. Hoofddoel van het programma is om de bijensterfte objectief te bepalen. Daarnaast zullen mogelijke verbanden tussen de bijensterfte en de factoren die het vaakst vernoemd worden als mogelijke oorzaak ervan onderzocht worden. Op basis van de bekomen informatie kan de overheid het bijengezondheidsbeleid verder uitstippelen.


Meer informatie over HealthyBee.

Op deze pagina zal u regelmatig updates vinden over de (tussentijdse) resultaten.


   
 
Onze opdracht is te waken over de veiligheid in de voedselketen en de kwaliteit van ons voedsel, ter bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant.

Afdrukbare versie   |   Laatst bijgewerkt op 12.07.2016   |   Naar boven


Gebruiksvoorwaarden & disclaimer   |   Copyright © 2002- FAVV-AFSCA. Alle rechten voorbehouden   |   Extranet